21e-eeuwse vaardigheden

ModelWij leren kinderen zichzelf staande te houden in een snel veranderende samenleving. Als basis gebruiken wij erkende methodes en goed op de leeromgeving afgestemde werkvormen. Met het bieden van een omgeving waarin de 21e-eeuwse vaardigheden worden aangeleerd, stimuleren wij de kinderen (en leerkrachten) om zich op alle gebieden te ontwikkelen.

1. Taal en rekenen
Dit zijn de basis/kernvakken. Wij vinden het belangrijk dat de leerlingen goed taal en rekenonderwijs krijgen aangeboden.
2. Creativiteit
Bij deze vaardigheid gaat het om het bedenken van nieuwe ideeën en deze kunnen uitwerken en analyseren.
3. Kritisch denken
Bij kritisch denken gaat het om het kunnen formuleren van een eigen, onderbouwde visie of mening.
4. Probleemoplossend vermogen
Bij deze vaardigheid gaat het om het (h)erkennen van een probleem en om het kunnen komen tot een plan om het probleem op te lossen.
5. Communiceren
Het gaat bij communiceren om het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap.
6. Samenwerken
Bij samenwerken gaat het om het gezamenlijk realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen.
7. Digitale geletterdheid
Bij deze vaardigheid gaat het om het effectief, efficiënt en verantwoord gebruiken van ICT.
8. Sociale en culturele vaardigheden
Bij deze vaardigheden gaat het om het effectief kunnen leren, werken en leven met mensen met verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden.
9. Zelfregulering
Bij deze vaardigheid gaat het om het kunnen realiseren van doelgericht en passend gedrag.

Ten aanzien van ons onderwijs zoeken we naar een goede balans tussen de aandacht voor de cognitieve -, de sociaal/emotionele ontwikkeling en de 21e-eeuwse vaardigheden van de kinderen. Van belang zijn de volgende aspecten:

1. De leertijd wordt effectief besteed:

  • Het leren van de leerlingen staat centraal, met elkaar en van elkaar leren.
  • De leerkrachten hebben hoge verwachtingen van de leerlingen en laten dat merken.
  • Leerlingen die dat nodig hebben krijgen extra aandacht.
  • Leerlingen leren hun talenten ontdekken en gebruiken.
  • De leraren passen hun onderwijs aan gelet op de kwaliteiten van een kind, een groepje kinderen of de groep als geheel.
  • De leraren werken opbrengstgericht (vanuit heldere doelstellingen).
  • Leerkrachten zorgen voor een ordelijk en gestructureerd klimaat dat geschikt is voor leren en onderwijzen.
  • De communicatie (interactie) tussen de leerkracht en de leerlingen en de leerlingen onderling verloopt geordend. Het belang van de (bege)leidende en sturende rol van de leerkracht wordt onderkend. 

2. Nieuwe technologie wordt gebruikt om leerlingen te laten onderzoeken/gebruiken/oefenen.
3. De zorg voor en begeleiding van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften is een onderdeel van het handelen van de leerkracht.